15. Gedragen door engelen

En het geschiedde dat de bedelaar stierf
en van de engelen gedragen werd in de schoot van Abraham.
Lukas 16:22

De rollen zijn radicaal omgekeerd. Eerst had de rijke man het goed en Lazarus slecht, nu heeft Lazarus het oneindig goed en de rijke man het vreselijk slecht. De rijke man had zijn aandeel al gehad en nu was het Lazarus’ beurt om te genieten.

De werkelijkheid
Of het hier een gelijkenis betreft, is onzeker. Niet één andere gelijkenis vermeldt de naam van een hoofdpersoon. Daarom menen heel wat uitleggers dat het hier om een geschiedenis gaat en dat er niet alleen in beelden gesproken wordt. Hoe het ook zei, het is in ieder geval geen gewone gelijkenis. Er wordt heel reëel beschreven hoe iemand naar de hemel gaat en een ander naar de hel. We lezen hoe mensen hier op aarde hun geluk hebben gezocht om alles te verliezen en hoe arme kinderen Gods er alleen maar op vooruitgaan. Zij die hun hart op hun rijkdom zetten, krijgen een andere toekomst dan zij die God hebben gezocht. Ja, de arme man zocht God. Lazarus betekent immers - net als Eliëzer - Mijn God is hulp. (Even terzijde: als we het niet kunnen verkroppen om arm te zijn en ons uiterste best doen om rijker te worden, lijken we sprekend op de rijke man! En zij die ondanks hun rijkdom in God hun hulp hebben gevonden lijken meer op Lazarus dan je zou denken.) We zijn gelukkig als alle aards bezit niet zo belangrijk meer voor ons is en als we zijn gaan hongeren naar een andere rijkdom. Gelukkig de armen van geest, de schuldigen en onwaardigen, want hunner is het Koninkrijk Gods.
Maar nu terug naar het begin: Als het om een gelijkenis gaat, is het er een die verweven is met een heel stuk werkelijkheid. Als het geen gelijkenis betreft, is het een geschiedenis waarin ook beelden zijn verwerkt.

Lazarus
Over de begrafenis van Lazarus wordt niets verteld. Hij stierf als een bedelaar en al zou het een grote begrafenis geweest zijn met een diner en hoge gasten, wat dan nog. Belangrijker is dat Lazarus een hartelijk welkom kreeg in de hemel. Hij werd door de engelen gedragen in de schoot van Abraham. Engelen? Moeten we dat serieus nemen? Is het de taak van engelen om bij het sterven de ziel van Gods kind mee te nemen naar de hemel, met achterlating van het lichaam? Of is dit ‘zogenaamd’ en doen we er beter aan dit detail maar over te slaan? Wel, laten niet het gevaar lopen dit op het gevoel af terzijde te leggen. Wie een concordantie opslaat kan veel meer teksten vinden waar verteld wordt wat engelen doen:

Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen (Psalm 91:11).

Ziet toe, dat gij niet één van deze kleinen veracht. Want Ik zeg ulieden, dat hun engelen in de hemelen altijd zien het aangezicht Mijns Vaders, Die in de hemelen is (Mattheüs 18:10).

Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen? (Hebreeën 1:14).

Op grond van deze en andere teksten valt niet te ontkennen dat de engelen een bijzondere taak hebben om op aarde Gods kinderen te beveiligen. Het was een Joodse fabel dat iedereen een beschermengel had en dat die engel sprekend op je leek. Daarom dachten de discipelen dat de beschermengel van Petrus aan de deur stond (Handelingen 12:15). Die fantasie nemen we dus niet over. Maar dat engelen betrokken zijn bij de zaligheid van Gods kinderen lijdt geen twijfel en dat engelen Gods kinderen herkennen en zich met hen in de hemel verheugen, is bewezen. Ze verheugen zich toch als zondaren tot bekering komen? Dus waarom kunnen de engelen Gods kinderen niet meenemen bij het sterven? Als het hier om een gelijkenis gaat, zijn er toch in ieder geval heel werkelijke stukken in.

Alzo, zeg Ik ulieden, is er blijdschap voor de engelen Gods over één zondaar die zich bekeert (Lukas 15:10).

Stel je voor
Stel je voor dat je doodziek bent en hier weg moet. Je mag misschien nog afscheid nemen van je geliefden, maar daarna moet je alleen weg, helemaal alleen de dood in. Wat een troost als je bereid mag zijn; wat zal het meevallen als de engelen je mogen dragen in de schoot van Abraham en we altijd bij de Heere mogen zijn. Dat zal een zachte dood zijn, een dood die God belooft aan al Zijn kinderen, aan allen die hier op aarde een vreemdeling zijn geworden en een bedelaar werden. Zalig zijn de armen van geest, want zij zullen verzadigd worden, eeuwig verzadigd met God.

Maar ik zal Uw aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken (Psalm 17:15).

Kostelijk is in de ogen des Heeren de dood Zijner gunstgenoten (Psalm 116:15).

Uit Naar de Hemel van ds. P. van Ruitenburg (Chilliwack, Canada);
Uitgeverij Den Hertog B.V. Houten; 3e druk; ISBN 978 90 331 1971 2.