42. HOPEN OP EEN BETER EN BLIJVEND GOED

Want gij hebt ook over mijn banden medelijden gehad, en de roving uwer goederen met blijdschap aangenomen, wetende dat gij hebt in uzelven een beter en blijvend goed in de hemelen.
Hebreeën 10:34

Paulus schreef een brief aan hen die beroofd waren van hun bezittingen. Door de vervolgingen waren ze alles kwijtgeraakt. Dat was erg verdrietig, maar we lezen in Hebreeën 10 dat ze het met blijdschap hadden aanvaard. Het raakte hen niet heel diep dat de vijand hen zoveel afgenomen had. Waarom raakte het hen niet zo? Omdat ze een beter en blijvend goed in de hemel hadden (Hebr. 10:34). Ondanks alles was er hoop dat alles eens goed zou komen. Er was geloof dat ze meer terug zouden krijgen dan ze waren verloren.

GELOOF EN HOOP
Het geloof was voor hen een vaste grond der dingen die men hoopt. God had immers wat beters voor hen op het oog (Hebr. 11:40). Door dat geloof had Abraham hoop voor de toekomst en verwachtte een ‘stad met fundamenten’ (vs. 10). In dat geloof hebben al de gelovigen van het Oude Testament verlangd naar een nieuw vaderland (vs. 16). Door dat geloof had Mozes hoop, want hij zag op de ‘vergelding des loons’ (vs. 26). Geloof is een vaste grond der dingen die men hoopt. Geloof is georiënteerd op de toekomst en gelovigen zijn pelgrims op aarde.

HOOP VAN DE OPSTANDING
Paulus geloofde in de opstanding der doden. Bij de wederkomst zou hij een onsterfelijk lichaam krijgen en dan zou de Bruiloft beginnen! Stel je voor dat er geen opstanding was. Dan zou er geen beloning zijn en Gods kinderen de ellendigste van alle mensen (1 Kor. 15:19). Ze zouden hier zichzelf verloochend hebben, de smalle weg hebben bewandeld. Als er geen hoop op de zalige opstanding was, had het voor Paulus geen nut om in de arena met wilde beesten te vechten. Laat ons dan eten en drinken, want morgen sterven wij.

MOZES
Voor Mozes was er een vaste grond der dingen die men hoopt. Hij had een mooi leven kunnen hebben aan het Egyptische hof, maar hij was er zo zeker van dat dat op niets zou uitlopen dat hij liever met Gods volk verdrukt werd. Hij wilde geen zoon van Farao’s dochter meer zijn want hij zag op de vergelding des loons (vs. 26). De ‘versmaadheid’ van Christus was een grotere rijkdom voor hem dat de schatten van Egypte. Dat is geloven!

MET LIJDZAAMHEID LOPEN
Wie de vaste grond onder voeten heeft, kijkt anders tegen het leven op aarde aan. Geloven is volharden in de wedloop (Hebr. 12:1). God heeft wat beters weggelegd voor Zijn kinderen dan dit leven op aarde. Laten de gelovigen moed houden en strijden tegen de zonde. Ze zullen er niet minder van worden en daarom hoeft niemand medelijden te hebben met Gods Kerk. Ze gaan ten hemel in en erven koninkrijken!

Maar wij begeren, dat een iegelijk van u dezelfde naarstigheid bewijze tot de volle verzekerdheid der hoop, tot het einde toe; opdat gij niet traag wordt, maar navolgers zijt dergenen, die door geloof en lankmoedigheid de beloftenissen beërven (Hebr. 6:11, 12).

Uit Echt geloven van ds. P. van Ruitenburg (Chilliwack, Canada);
Uitgeverij Den Hertog B.V. Houten; 5e druk; ISBN 978 90 331 1864 7.