8. Genade zij u

Genade zij u en vrede van Hem Die is, en Die was, en Die komen zal.
Openbaring 1:4

Nadat de gemeente elkaar gegroet heeft met de indrukwekkende belijdenis dat onze hulp alleen van de Heere is, komt er zogezegd een antwoord van God. Nu is de voorganger geen vertegenwoordiger van de gemeente maar van God, en het klinkt: ‘Genade zij u en vrede van Hem Die is, en Die was, en Die komen zal; en van de zeven Geesten Die voor Zijn troon zijn; en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden, en de Overste van de koningen der aarde’ (Openbaring 1:4, 5). Of zoals Paulus vaak zijn brieven begon met: ‘Genade zij u en vrede van God, de Vader, van Jezus Christus de Heere, door de Heilige Geest.’ Heel passend om al direct bij het begin van de kerkdienst van God te horen. De Heere belooft als drie-enige God aanwezig te zijn.

Genade en vrede
We hebben het allebei nodig: genade en vrede. We kunnen die genade en vrede zelf niet maken. Gelukkig zegt de eeuwige God en Vader Zijn kerk die genade en vrede toe. Uiteraard wordt die vrede pas werkelijkheid als we met God verzoend zijn en waarachtig in Hem geloven. Maar toch, de Heere komt tot de verbondsgemeente als een genadig God Die onze vrede op het oog heeft. Direct bij het begin van de eredienst gaat er, om met John Bunyan te spreken, al een witte vlag omhoog. El Shaddai is niet op onze ondergang uit, maar op ons behoud. Genade zij u en vrede! De bedoeling is dat verloren zondaren de toevlucht nemen tot God en als de oren opengaan horen ze het: Genade zij u en vrede! De Heere ontvangt zondaars en eet met hen. Hij is geen harde God, maar is gaarne vergevende.

Want Gij, Heere, zijt goed en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen die U aanroepen (Psalm 86:5)
Heere, ik kende u, dat gij een hard mens zijt, maaiende, waar gij niet gezaaid hebt, en vergaderende van daar, waar gij niet gestrooid hebt (Mattheüs 25:24)

De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden dan van het eerste, zegt de Heere der heirscharen; en in deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de Heere der heirscharen Haggaï (2:10)

Is, was, en komen zal
Zo’n toezegging is geen kleinigheid. Aan het begin van de dienst wil God ons omhoog laten kijken en onze zaligheid laten verwachten van de God Die is, was en komen zal! Hij is de Eeuwige en Onveranderlijke. De Hoge en Majesteitelijke. Van wie anders kan gezegd worden dat hij van eeuwigheid, tot eeuwigheid is? Wij mensen zijn geschapen voor een eeuwigheid en zullen altijd de persoon blijven die we zijn. We worden geen ander iemand. Maar we hebben een begin. We zijn zelf schepsel. Gevallen schepsel, wel te verstaan. Genade en vrede zij u, van Hem Die is, en Die was, en Die komen zal. We zullen Hem ontmoeten. Hopelijk eerst door Woord en Geest. Maar we zullen Hem in ieder geval ontmoeten op de oordeelsdag en ‘Die is, was en komen zal’ zal ons aankijken. Hoe zal dat aflopen?

Zeven Geesten
Voor Gods troon zijn de zeven Geesten. Niet dat er drie Heilige Geesten zijn natuurlijk. Deze woorden drukken de volheid van de Heilige Geest uit. De Heilige Geest wordt afgebeeld in de zeven lampjes op de kandelaar en Hij zegent de zeven gemeenten die hier symbolisch staan voor de kerk van Christus, verspreid over de aarde. Er is wel eens geopperd dat hier de zeven aartsengelen mee bedoeld konden zijn. Dat is echter niet mogelijk, want van engelen kan de genade en vrede niet komen.

Getrouwe Getuige
Van Christus wordt gezegd dat Hij de Getrouwe Getuige is. Geen getuige zoals de rechtbank nodig heeft. Hij getuigt van de waarheid als hoogste Profeet en Leraar en Hij is het Woord Gods Zelf! Hij weet de waarheid en als Gevolmachtigde komt Hij ervan getuigen. Op een volmaakte manier getuigt Hij van God en Zijn genade, van zonde en vervloeking, van de noodzaak tot bekering, van geloof en dankbaarheid. In deze zegen wordt ook over de troost van de opstanding gesproken. Juist omdat Christus weer levend geworden is, is er hoop en mag er verwachting zijn dat Hij de kerkdienst zegent. Bovendien is Christus de Overste van de koningen der aarde. Hij zet iedereen naar Zijn hand. Hij neigt de harten van koningen en niets kan Gods Zoon verhinderen. Door Zijn hand gaat het werk ‘gelukkiglijk’ voort, schrijft Jesaja.
We staan niet altijd stil bij wat we aan het begin van de dienst horen. We hebben het zo vaak gehoord dat het uitgesleten raakt. Laten we proberen wat bewuster te luisteren naar de christelijke belijdenis en groet en vervolgens naar de rijke verkondiging in de zegen die de Heere laat uitspreken. Genade zij u en vrede! Zouden we die God niet willen zoeken? Zouden we met Hem niet verzoend willen worden?

Indien wij alleenlijk in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen die ontslapen zijn (1 Korinthe 15:19, 20)

Doch het behaagde de Heere Hem te verbrijzelen, Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan (Jesaja 53:10)

Uit Naar de Kerk van ds. P. van Ruitenburg (Chilliwack, Canada);
Uitgeverij Den Hertog B.V. Houten; 1e druk; ISBN 978 90 331 2112 8.